Vermomde waardering

Over waarom er een documentaire over de waarde van vrijwilligerswerk komt

Marjolein Faber is verre van mijn favoriet. Maar tijdens het lintjesschandaal — toen zij weigerde lintjes uit te delen aan vrijwilligers die in AZC’s werkten, en heel Nederland zich verbolgen toonde — had ik voor het eerst een positieve gedachte over haar. ‘Goed gedaan Faber, eindelijk iemand die ze niet kleineert maar serieus neemt, die vrijwilligers!’ Hoewel het verder niemand opviel: Faber liet eens een keer zien hoeveel impact vrijwilligers maken. Al was het voor haar niet de impact die zij graag wilde. VVD-fractieleider Yeşilgöz noemde de actie van Faber ‘kinderachtig’ en riep op tot een volwassen manier van met elkaar omgaan. Op tv reageerde BBB-voorvrouw Caroline van der Plas: ‘Ah joh, geef die mensen een lintje!’, daarbij een wegwerpgebaar makend alsof ze het voorval in één keer van tafel had willen vegen. ‘Vrijwilligers kunnen geen kwaad, dus gun ze een lintje.’ — klonk er doorheen.

Hoe goedbedoeld ook, deze reacties ontblootten een manier van kijken naar vrijwilligerswerk die het reduceert tot een ‘lieve bezigheid’, tot iets ‘schattigs’ of ‘aardigs’. En Van der Plas en Yesilgoz zijn niet de enigen die deze bril ophadden.

Het lief-frame

Aan de ene kant is vrijwilligerswerk razend populair: meer dan 7,5 miljoen mensen zetten zich vrijwillig in, ongeveer de helft van werkend Nederland. Vrijwilligerswerk is daarmee de grootste sector die we hebben. En de goedkoopste ook, want vrijwilligerswerk gebeurt zonder tegenprestatie: er staat geen loon tegenover. Dat leidt tot een onderwaardering van vrijwilligerswerk die latent aanwezig is in de samenleving. Die onderwaardering toont zich regelmatig aan de oppervlakte zonder dat het als ondermijnend beschouwd wordt. Sterker nog: de onderwaardering is vermomd als waardering, zelfs door vrijwilligersorganisaties zelf. Door de jaren heen heb ik die vermomming beter leren kennen. Ze maakt zich kenbaar met woorden als ‘lief’, ‘aardig’ en ‘schattig’. Ik noem het ‘het lief-frame’: de bril die men opzet om vrijwilligerswerk te classificeren als iets zoets. Denk aan campagnes als ‘Aardige Amsterdammer’ uit 2016, of de campagne ‘Doe eens lief’ van het Oranje Fonds, of een tv-programma als ‘Een lief gebaar’ van KRO-NCRV. Recent rapporteerde Eva Jinek in haar column in de AVRObode enthousiast over de rubriek in haar show waarin vrijwilligers aan het woord komen. “Maar in het dagelijks leven zie je juist dat veel mensen in harmonie samenleven en zich inzetten voor anderen…. Ik zie deze optimistische rubriek als een soort tegengif tegen de dagelijkse negativiteit in het nieuws. Hij toont dat er nog steeds goedheid en saamhorigheid bestaan.” Hoewel mooi en sympathiek ingebed, portretteert zij vrijwilligerswerk als iets dat alleen maar positief is, bijna heilig. En dat stimuleert een incompleet beeld van vrijwilligerswerk dat de sector ernstig schaadt.

Wat we niet kunnen berekenen

Het lief-frame waardoor naar vrijwilligerswerk gekeken wordt, werkt vrijwilligerswerk tegen. De impact die vrijwilligers maken is immens, maar wordt nooit berekend of uitgedacht. Vrijwilligerswerk laat zich moeilijk in geld uitdrukken: hoe ken je waarde toe aan een gratis daad? Waarde die we erkennen? Op basis van berekeningen van hoogleraar Lucas Meijs (Erasmus Universiteit) wordt de economische waarde van vrijwilligerswerk in Nederland geschat op tussen de 6 en 20 miljard euro per jaar — afhankelijk van de gekozen methode. Maar dat is geld. Hoe bereken je de waarde van gratis daden van vrijwilligers? Hoe bereken je de waarde van een leven dat weer op de rails komt? De waarde van een kilometer aangelegde heg en een toename van biodiversiteit in Nederland? De waarde van het zelfrespect dat iemand weer kreeg? Het dak dat iemand boven zijn hoofd kreeg? De sportervaring van een kind gedurende jaren van zijn jeugd? Om maar een fractie te noemen van de impact van vrijwilligerswerk in Nederland. Die waarde kennen we niet uitgedrukt als iets echt waardevols: humaniteit, menselijkheid, waardigheid, gezondheid.

Het halve verhaal

Een ander nadeel van het lief-frame, dat onderwaardering en onderschatting veroorzaakt, is dat men geneigd is alleen de zonzijde te belichten — zoals te lezen is in het citaat van Eva Jinek in de AVRObode. Zij is niet de enige. Ook vrijwilligersorganisaties zelf denken dat dit de oplossing is: ‘we hebben echt behoefte aan positieve verhalen, succesverhalen over vrijwilligers!’. NEE! zeg ik, mijn nekharen gaan er inmiddels van overeind staan als ik zoiets hoor of lees. We hebben behoefte aan het héle verhaal, het complete verhaal — niet alleen over wat vrijwilligers doen, maar ook over de positie waarin ze worden gezet. Over hoe de samenleving zich tot vrijwilligerswerk verhoudt. Want dáár zit de rauwe kant.

Het rauwe verhaal

Er mag getoond worden hoe lastig het vrijwilligersorganisaties soms wordt gemaakt om vrijwilligers te werven, te coördineren en te faciliteren. Of dat alles zo goedkoop mogelijk moet. Of dat vrijwilligersorganisaties moeten struggelen om een vaste subsidie of vaste inkomsten te krijgen. Of dat van ze verwacht wordt dat ze massaal vrijwilligers binnenhalen, maar dat slechts een fractie van de vrijwilligersorganisaties in Nederland een communicatiekracht in dienst heeft, want er is geen budget voor. Ze moeten de communicatie er gewoon bij doen, terwijl ze er compleet afhankelijk van zijn. Ik ken een stichting die er een jaar over deed om twee bestuurders te vinden, omdat niemand persoonlijk aansprakelijk wil zijn voor de boekhouding. Of dat van vrijwilligers verwacht wordt dat ze de in 2015 opgestarte participatiesamenleving dragen, en dat voor een groot deel ervan uitgegaan wordt dat de gezondheid en het welzijn van de bevolking in handen ligt van vrijwilligers. Maar financiering voor de coördinatie is er slechts minimaal. Dáár moet het over gaan in de media.

In de documentaire proberen we het lief-frame te ontmaskeren en de echte waarde van vrijwilligerswerk te verbreden. We hopen beleidsmakers te bereiken, maar ook hopen we de bewustwording over dit frame te vergroten onder vrijwilligersorganisaties zelf, zodat ze niet in de valkuil trappen die hun eigen werk ondermijnt. Een documentaire leent zich goed voor dit soort verhaal, omdat het in zichzelf een verdiepende contentvorm is. Een documentaire dwingt tot stilzitten en kijken. En dat is de bedoeling: dat we niet roepen, maar laten zien.

Ik weet niet eens zeker of Faber de impact van vrijwilligers als impact zag — ze was denk ik niet met vrijwilligers bezig. Maar onbedoeld liet zij zien wat zoveel anderen niet zien: dat vrijwilligers ertoe doen. Dat hun werk telt. Dat het tijd wordt om ze serieus te nemen.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *